Mijn moeder is ernstig ziek. Ze woont in een verzorgingstehuis en daar heeft het Norovirus kans gezien zijn slag te slaan. Bijna de helft van alle bewoners is ziek. Ik kan er niet naar toe vanwege besmettingsgevaar. Het verplegend personeel loopt met mondkapjes, beschermende kleding en handschoenen aan en alles moet op een bepaalde manier gedesinfecteerd worden. Mijn moeder wordt goed verzorgd.
Terwijl ik bel met een allervriendelijkste verzorgster, zie ik op televisie een reportage van Omroep Max in een voormalig Oostblokland. Een huilende oude vrouw ligt ziek onder een hoop oude lappen in een krot waar wij nog geen varken in zou laten slapen. Het is ijzig koud en ze heeft geen enkele warmtebron. Geen vuur, geen electriciteit, geen water, helemaal niets. Twee rottende aardappelen in een hoek waar vliegen zich aan tegoed doen. Daarna beelden van een boerenkar met een mager paard ervoor dat zijn weg zoekt door een besneeuwde straat. En natuurlijk de bekende oproep: Geef! Mijn maag draait zich om bij het zien van zoveel ellende. Een paar seconden later zijn de beelden weg. Niet van mijn netvlies, wel van het televisiescherm. Vervangen door beelden van een bejaarde Nederlander die op zijn scootmobiel door de sneeuw rijdt in een besneeuwde straat in Nederland. Het gemak van 4 wielen in plaats van 3 wordt uitgelegd en er wordt besloten met: "Koop nu!!"
Ik denk er nog lang over na. Hoe groot kan een contrast zijn?